Na het bekende Cusco en de vrienden in Curahuasi, de stap naar het onbekende! Vanuit Cusco namen we de nachtbus naar Arica, de Chileense stad die tegen de grens van Peru plakt. De oversteek verliep vlot en ik verwelkomde de nieuwe stempel op mijn paspoort met open armen!
Het landschap is Chili is droog. De bergen lijken op grote duinen en de zichten zijn minder gevarieerd. Wat nog anders is hier, is dat alles veel westerser is. De mensen lijken meer op mensen van Europa en je kan niet zeggen dat ze typisch Chileens lijken. Ik vind ze ook minder vriendelijk. Alles is duurder en in de supermarkten vind je alles wat je maar wil. En vooral, het verkeer is geordend en iedereen houdt zich aan de regels! We wisten eerst niet wat ons overkwam toen de auto´s stopten om ons over te laten!
In Arica hadden we een aangename kamer voor ons 2, midden in het centrum. Vandaaruit hebben we de stad en het strand verkent. We hebben mooie strandwandelingen gemaakt en we huurden ook eens fietsen om naar playa de corazones te gaan, een strand 10 km van Arica waar grotten en zeehonden te vinden zijn. Dat was genieten!

Van Arica dan weer op de nachtbus naar San Pedro Atacama, gekend voor zijn prachtige woestijnachtige landschappen. Het was er heet en ik vond het precies op Afrika lijken. We bleven er 2 dagen en deden 1 tour en een wandeling. Wij waren het daar wel snel beu omdat het zeer toeristisch was en véél te duur...
Dus hop, weer de nachtbus op richting La Serena. La Serena is een typische strandstad, zo wat het betere broertje van Oostende. De stad zelf stelde niet zoveel voor (er was ook veel gesloten door palmzondag). Vanuit La Serena maakten we een uitstap naar Valle del Elqui. We hadden daar ook een beetje pech omdat dat op maandag was en dan sluit alles blijkbaar... De wandeling die aangeraden werd in de lonely planet viel ook serieus tegen omdat die langs een grote baan was en het was veel te warm om inspanningen te doen. Dus hebben we de rest gelift en het hoogtepunt van de dag was toen we eindelijk een restaurantje vonden en onze lege magen konden vullen!

En dan weer, hop, op een nachtbus naar Viña del Mar. Gelukkig de laatste bus voor een tijdje want dat wordt je wel snel beu! In Viña hadden we afgesproken met Rita, een warhoofd van rond de 60, die hier al 23 jaar een schooltje en een bejaardentehuis runt. De eerste dag dat we hier aankwamen was heel warrig. Door relationele problemen verhuist Rita vaak van het ene huis in Viña naar het andere in Olmue (50km van Viña en het project). En het was ons niet duidelijk waar we mochten verblijven. Uiteindelijk zijn we met onze zakken naar Olmue gegaan, een aangenaam en rustig dorp. Toen ik daar toekwam, viel de rust meteen op me. Het huis is mooi en er is een supergrote tuin met allerlei fruitbomen bij. Hier kan ik gerust nog even blijven plakken!
We werken nu dus in het schooltje. Momenteel inventariseren we boeken in de bibliotheek en volgende week helpen we misschien mee in de tuin omdat er ook een milieuproject op poten wordt gezet. Maar niets hoeft en we zijn heel vrij van Rita.
Dit weekend bezoeken we Valparaiso en hopelijk ook het huis van de befaamde dichter Pablo Neruda. Volgende week werken we nog een weekje op het project en daarna gaan we richting Santiago en Mendoza in Argentinië.
*******
Nosotros, los perecederos, tocamos los metales,
el viento, las orillas del océano, las piedras,
sabiendo que seguirán, inmóviles o ardientes,
y yo fui descubriendo, nombrando todas las cosas:
fue mi destino amar y despedirme.
----
“We the mortals touch the metals,
the wind, the ocean shores, the stones,
knowing they will go on, inert or burning,
and I was discovering, naming all the these things:
it was my destiny to love and say goodbye.”
―
Pablo Neruda,
Still Another Day
Iets totaal anders: Curahuasi.
We kwamen er vorige zaterdagavond aan, na een niet zo aangename 1000-bochten-rit. De Zondag vlogen we er dan al meteen in met een wandeling van 5u naar Cconoc. Normaal zouden we om 6u s morgens vertrekken maar door het slechte weer (heel de nacht regen), vertrokken we een uur later. En dat was best vermoeiend want alles lag superglad en we sleurden telkens 5 kilo modder mee aan onze bergbottinen. De tocht was best avontuurlijk: wandelen langs afgronden, berg beklimmen, arenden en condors spotten, beboste paadjes doorkruisen, planten weghakken met de manchette en uiteindelijk moesten we de rivier oversteken waardoor onze schoenen en broek kletsnat waren. Maar ik vond het ABSOLUUT de moeite waard. Op deze tocht nu heb ik misschien alles samen gezien van natuur in mijn vorige 3 maanden Peru. En het zalige was: in Cconoc zijn warmwaterbaden -> genieten! (zie filmpje)
Het leven hier is wel anders dan in Cusco! Het is warmer en armer vooral. Na 5u is hier geen stromend water meer en s avonds valt hier ook niets te beleven. De mogelijkheden aan gevarieerd eten zijn ook een pak minder. Maar het bevalt me hier wel! Ook het werken met de kinderen is leuk. Al moet ik toegeven dat ik blij ben dat ik nooit voor kleuterleidster gekozen heb. Dat zou me toch niet afgaan. Ik sta hier het liefst van al achter de kookpotten om de kleuters en de vrijwilligers van eten te voorzien.
Hier besef je pas hoeveel luxe we niet hebben in Belgie en hoever we van de natuur staan. Die kleuters weten hier meer van eetbare planten dan ik (ergens wel logisch).
Een ander zalig momentje was de wandeling naar de mirador op San Cristobal (een berg). Een stevig uurtje stijgen tot we een prachtig uitzicht hadden op 4200 meter hoogte! (zie foto's en filmpje).
Ik kom hier graag nog eens terug in augustus! Maar nu, op naar Chili!
Cusco, Cusco, Cusco... Op de vele toeristen en de constant vervelende aansprekingen na (señorita, chompa? Massajes? Guantes? Por favor?), is dit toch wel de 3de stad waarin ik kan thuiskomen (na Gent en Roeselare).
Cusco is een beetje te vergelijken met Gent. Een stad waar alles dichtbij is en die een hoge gezelligheidsgraad heeft. Overal vindt je hier mooie en verzorgde pleintjes en ik dwaal hier zo graag rond!
We kwamen hier de 23ste februari aan en verbleven vervolgens een nacht bij Valerie. Daarna verbleven we enkele nachten in een goedkoop hostel, Shlomi. Dinsdag de 26ste konden we dan beginnen werken in hostel Pariwana (http://www.pariwana-hostel.com/pariwana-hostel-cusco.php, voor als je een idee wil hebben van het hostel). Anneleen werkt in de receptie, wat grotendeels inhoudt dat ze de toeristen ontvangt en rondleidt en administratie doet. Ik werk in de bar van 10 tot 14u (Annel heeft dezelfde uren), en dat houdt in dat ik ontbijt moet serveren, schoonmaken, alles aanvullen... Door hier te werken, kunnen we gratis slapen en ontbijt krijgen en krijgen we 40% korting op al de rest. Dat zorgt ervoor dat we hier heel goedkoop kunnen leven, dat we iets te doen hebben en dat we ook nog genoeg tijd over hebben om te genieten van Cusco.
Grosso modo zien onze dagen er wat hetzelfde uit, werken van 10 tot 14u, dan vaak nog een dutje doen, een uitstapje in Cusco en 's avonds salsa dansen en uitgaan.
Hoogtepunten waren:
- Bezoek aan San Jeronimo, waar ik 2 jaar geleden woonde. We bezochten Mantay en ik zag Liesbet terug (mijn begeleidster van toen). Haar project is er heel wat op vooruit gegaan en dat was heel leuk om te zien!
- Salsa dansen in the Muze met live band
- muzikaal moment in onze dorm
- bezoek aan cristo blanco en paardrijtocht
10 maart nemen we even afscheid van Cusco om een week te helpen op het project van Stefanie en Valerie: oye lena. Het project ligt in Curahuasi, zo'n goeie 2u van Cusco. Daarna gaan we naar Chili.
Ik heb van Cusco genoten, maar voor mij is het toch tijd om iets anders te doen. Ik heb zin in natuur, avontuur en meer reizen.